INTRODUCTIE TUSSEN KATTEN

VOOR WIE?

U heeft één of meerdere katten in huis en u wilt er nog een kat bijplaatsen. Of u gaat samenwonen en u en uw partner hebben ieder een kat, die straks dus ook samen in een (nieuw) huis komen.

VOORBEREIDING

Zorg dat u een rustige kamer/ ruimte voor de nieuwe kat heeft waar de kat kan wennen aan u en aan uw huis. Zorg in deze ruimte voor:

  • Een kattenbak (groot genoeg, zonder deksel en met geurloos grit);
  • Brokjes en water;
  • Een krab-/ klimpaal;
  • Speeltjes;

Een plek ((overdekt) mandje) waar de kat zich kan terugtrekken en slapen.

Bij introductie van twee katten die beiden in een nieuw huis komen, zorgt u ervoor dat beiden katten in gescheiden ruimtes kunnen wennen aan het nieuwe huis, voordat zij elkaar gaan ontmoeten.

Het heeft de voorkeur als u enkele dagen vrij bent en dat u alle tijd heeft voor dit proces.

AANKOMST IN HET NIEUWE HUIS

Een nieuwkomer in huis

Bij thuiskomst brengt u de kat in het reismandje naar de voor hem/ haar ingerichte ruimte. U zet het reismandje op de grond, sluit de ruimte af en zet het deurtje van het reismandje open. Verlaat de ruimte en laat de kat in alle rust de nieuwe omgeving verkennen. Zorg ervoor dat de reeds aanwezige kat(ten) niet op de kamer kunnen komen.

Eigenaren gaan samenwonen, de katten ook

Als twee van elkaar vreemde katten in een voor hen nieuw huis komen, zorg dan dat beide katten ieder een afzonderlijke ruimte hebben om te acclimatiseren. Als de woonsituatie het toelaat, het liefst ieder een overzichtelijke ruimte die afgesloten kan worden.

Onder het tabblad “De kat en een nieuwe omgeving”  vindt u tips om katten te laten wennen aan de nieuwe leefomgeving en de nieuwe eigenaren.

DO'S-AND-DON'TS

Absoluut niet doen!

Hoe leuk het ook is om een nieuw huisgenootje te hebben, plaats hem/ haar niet meteen bij de reeds aanwezige kat(ten), of in het geval van twee onbekende katten die in een nieuw huis gaan “samenwonen”, plaats ze niet meteen bij elkaar. Naast het feit dat katten zeer gevoelig zijn voor veranderingen en een nieuwe leefomgeving, zijn katten geen roedeldieren. Het zijn solitaire dieren en zitten niet altijd te wachten op een soortgenoot. Vanaf het moment van binnenkomst de katten meteen bij elkaar zetten kan leiden tot agressie wat veel ellende geeft voor de eigenaren en voor de katten zelf.

Wat wel doen?

Voordat de nieuwe kat geïntroduceerd wordt aan de andere kat, dient de kat eerst te wennen aan zijn nieuwe omgeving en aan u.

Terwijl u bezig bent de nieuwkomer aan u en aan de omgeving te laten wennen, kunt u alvast geuren overbrengen van de nieuwkomer naar de andere kat(ten) en omgekeerd.

Aai de kat veelvuldig langs de wangen en aai daarna de andere kat over zijn lijfje. Doe dit ook andersom en doe dit regelmatig. De wangen bevatten namelijk kliertjes die feromonen uitscheiden waarmee katten hun omgeving als een rustgevende en veilige omgeving markeren (kopjes geven aan meubelstukken, etc.). Het onderling kopjes geven of kopjes geven aan een mens duidt op affiniteit. 

Dit proces zal niet opgaan bij een angstige kat, omdat u die in het begin nog niet kunt aaien. Hiervoor is de volgende tip, die ook algemeen aan te raden is, extra handig: ruil om de paar dagen dekentjes van de katten. Hier zit de geur aan van de katten, zodat ze aan elkaars geur kunnen wennen.

Heeft u voldoende plek in huis, wissel de katten dan eens van ruimte (als u merkt dat de nieuwkomer helemaal op zijn gemak is in zijn nieuwe omgeving). Zorg er wel voor dat de katten elkaar tijdens de wisseling niet zien. Op deze manier worden ze optimaal blootgesteld aan elkaars geur.

Als u, na enige tijd, merkt dat de katten rustig zijn en geen stress (meer) vertonen, dan kan geleidelijk ook de fysieke en visuele introductie met de andere kat(ten) starten. Er staat hier niet echt een tijd voor, maar doe dit niet te snel. Start hier ongeveer na één tot twee weken mee. 

Hoe lang het duurt voordat katten aan elkaar gewend zijn, is afhankelijk van verschillende factoren. Over het algemeen zijn jonge katten en katten die goed gesocialiseerd zijn met andere katten sneller aan elkaar gewend dan oudere katten of katten die heel lang alleen zijn geweest. Daarnaast speelt karakter een grote rol.